Retouches

De opleiding Retouches dient gesitueerd te worden binnen het studiegebied MODE. De opleiding Retouches betreft het aanleren van kennis en vaardigheden op het vlak van aanpas en retouches.

De opleiding Retouches bestaat uit 4 modules : “Basis naaien”, “Aanpastechnieken”, “Hersteltechnieken” en “Retouchetechnieken”.

Het is een praktijkgerichte opleiding met theoretische onderbouw.

In deze opleiding worden vakkennis en kwaliteit uitgediept en realisatietechnieken aangeleerd.

Na het beëindigen van deze opleiding kan de cursist:

  • kwaliteitsvolle werkstukken zelfstandig vervaardigen
  • realisatietechnieken vakkundig toepassen
  • diverse werkstukken zelfstandig aanpassen op persoon en in patroon
  • via het verwerven van deze vaardigheden zich professioneel verder ontwikkelen

Inhoudelijk is elke module een op zichzelf staand geheel van basiscompetenties.
In elke module worden diverse vaardigheden aangeleerd en ingeoefend.

 

Module basis naaien

Doelgroep: Nieuwe cursisten (zonder voorkennis of ervaring) starten in Basis Naaien.
Deze module komt in elke opleiding van mode voor.

De module “Basis naaien” dient gesitueerd te worden in het begin van de opleiding. In deze module worden de grondbeginselen van het naaien aangeleerd. De cursist maakt kennis met basishandelingen en basistechnieken van stikken, knippen, naaien en strijken.

 

Bij het beëindigen van deze module kan de cursist deze technieken onder begeleiding uitvoeren op eenvoudige werkstukken.

Leren werken met een naaimachine, overlock.

Nieuwste technieken stap voor stap realiseren.

Eenvoudige werkstukken maken.

Patronen overtekenen uit een modeboek, op maat zetten en uitwerken.

 

Tekenen:

-          Tekengerief gebruiken

-          Patroonvormen overtekenen

-          Pasklare patronen overtekenen

-          Verschillende lijnsoorten herkennen

-          Verschillende symbolen herkennen

-          Een patroon aanpassen aan de hoofdmaten

-          Een knippatroon maken

-          In staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien

Meten:

-          Meetgerief gebruiken

-          Maten opmeten

-          Verschillende soorten weefselbreedtes onderscheiden

Knippen:

-          Draadrichting in weefsels bepalen

-          Knipgerief gebruiken

Stikken:

-          De onderdelen van een naaimachine benoemen

-          Een naaimachine gebruiksklaar maken

-          Naaigereedschap gebruiken

Stikken:

-          Storingen van de naaimachine signaleren

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken

-          Storingen aan de strijkapparatuur signaleren

-          In staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen

-          Eenvoudige werkdocumenten gebruiken

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren

-          Realisatietechnieken in de werkstukken uitvoeren

-          Eenvoudige fouten signaleren

-          Eenvoudige fouten verbeteren

 

Module aanpastechnieken                                                                                                                     

In de module “Aanpastechnieken” worden de kennis en vaardigheden van de aanpas aangeleerd en bijgestuurd.

Tijdens het verwerven van de basiscompetenties is het van belang te streven naar voldoende vaardigheid, om kledingstukken vlot en met behoorlijk kwaliteitsniveau zelfstandig aan te passen.

Adviseren:

-       Tussen de wens van de klant en het advies een consensus kunnen bereiken.

-       De klant in zijn keuze begeleiden.

-       In staat zijn een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan en er ook de verantwoordelijkheid voor op te nemen.

Aanpassen:

-       De maatsystemen onderling vergelijken.

-       De wensen en de bevestiging van de klant inschatten.

-       Een passend kledingstuk herkennen.

-       In staat zijn zichzelf en zijn omgeving in vraag te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren alvorens een stelling in te nemen.

-       Kledingstukken aanpassen.

-       Pasfouten op een persoon identificeren en verbeteren.

-       Diverse methoden toepassen om de retouche op een persoon aan te brengen.

-       De aanpastechnieken in functie van de aard van het kledingstuk, de prijsklasse en het materiaal bepalen.

Noteren

-       De pasfiche als communicatiemiddel tussen aanpas en retouche kunnen gebruiken.

-       In staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-       In staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.

 

Module retouchetechnieken

In de module “Retouchetechnieken” worden de kennis en vaardigheden van diverse technieken aangeleerd en bijgestuurd.
Retouchetechnieken worden ingeoefend.

Gebruiken:

-       De pasfiche verstaan

-       De pasfiche als communicatiemiddel tussen aanpas en retouche gebruiken

Meten:

-       Aangepast meetgerief gebruiken

-       De aangeduide waarden respecteren

Voorbereiden:

-       Zonder het kledingstuk te beschadigen lostornen

-       Aangepast materiaal gebruiken

-       De verhouding prijs/kwaliteit van de gebruikte materialen inschatten

Stikken:

-       Stiktechnieken toepassen

-       Eenvoudige storingen aan de naaimachine herstellen

-       Machinehulpstukken gebruiken

-       Overlockmachine gebruiken

-       Storingen aan de overlockmachine signaleren

-       De blindzoommachine gebruiken

-       Storingen aan de blindzoommachine signaleren

Strijken:

-       Strijktechnieken toepassen

-       Storingen aan de strijkapparatuur signaleren

-       Persapparatuur gebruiken

Afwerken:

-       Pasfouten verbeteren

-       Afwerkingstechnieken kiezen en volgens de kwaliteitseisen toepassen

-       Werkdocumenten gebruiken

-       Realisatietechnieken in de werkstukken toepassen

-       Handnaaitechnieken toepassen

-       In staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereisten tegemoet te komen.

-       In staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

-       In staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-       In staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.

 

Module hersteltechnieken

In de module “Hersteltechnieken” worden de kennis en vaardigheden voor diverse technieken aangeleerd en bijgestuurd.

Hersteltechnieken worden ingeoefend.

Adviseren:

-       Communicatieve vaardigheden en omgangsvormen hanteren

-       De klant informeren

-       Tussen de wens van de klant en het advies een consensus bereiken

-       Kritisch oordelen over de zin van de herstelling en met de klant bespreken

Noteren:

-       De herstelfiche invullen

-       De herstelfiche als communicatiemiddel tussen bespreking en herstelling gebruiken

Meten:

-       Meetgerief gebruiken

-       De aangeduide waarde respecteren

Voorbereiden:

-       Lostornen zonder het kledingstuk te beschadigen

-       Aangepast materiaal gebruiken

-       De verhouding prijs/kwaliteit van de gebruikte materialen inschatten

Stikken:

-       Stiktechnieken toepassen

-       Eenvoudige storingen aan de naaimachine herstellen

-       Machinehulpstukken gebruiken

-       Overlockmachine gebruiken

-       Storingen aan de overlockmachine signaleren

-       De blindzoommachine gebruiken

-       Storingen aan de blindzoommachine signaleren

Strijken:

-       Strijktechnieken toepassen

-       Storingen aan de strijkapparatuur signaleren

-       Persapparatuur gebruiken

Afwerken:

-       Hersteltechnieken kiezen volgens de kwaliteitseisen toepassen

-       Werkdocumenten gebruiken

-       Realisatietechnieken in de werkstukken toepassen

-       Handnaaitechnieken toepassen

-       In staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereisten tegemoet te komen.

-       In staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-       In staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.