Realisaties kinder- en tienerkleding

De opleiding Realisaties kinder- en tienerkleding bestaat uit 3 modules van telkens 120 Lt. De totale opleiding omvat dus 360 Lt. De 3 modules zijn: “Basis naaien”, “Realisaties kinder- en tienerkleding” en “Realisaties kinder- en tienerkleding gevorderden”.

De opleiding Realisaties Kinder- en Tienerkleding betreft het aanleren van kennis en vaardigheden op het vlak van mode. In de opleiding worden vakkennis en kwaliteit uitgediept en realisatietechnieken aangeleerd specifiek voor kinder- en tienerkleding.

Deze opleiding beoogt het aanleren van kennis en vaardigheden op het vlak van mode en attitudes die de cursist voorbereiden op een beroepsuitoefening. In de opleiding worden vakkennis en kwaliteit uitgediept en realisatietechnieken aangeleerd specifiek voor kinder- en tienerkleding.

Na het beëindigen van deze opleiding kan de cursist kwaliteitsvolle werkstukken zelfstandig vervaardigen, realisatietechnieken vakkundig toepassen,  problemen oplossen en kleur- en materiaalkeuze bepalen. .De cursist kan zich via het verwerven van deze vaardigheden professioneel verder ontwikkelen.

Inhoudelijk is elke module een op zichzelf staand geheel van basiscompetenties. In elke module worden diverse vaardigheden aangeleerd en ingeoefend. Hierbij staan de technieken en vaardigheden centraal en zijn de realisatietechnieken een middel om deze op diverse niveaus aan te leren.

Het is een praktijkgerichte opleiding met theoretische onderbouw.

 

Module basis naaien

Doelgroep: Nieuwe cursisten (zonder voorkennis of ervaring) starten in Basis Naaien.
Deze module komt in elke opleiding van mode voor.

De module “Basis naaien” dient gesitueerd te worden in het begin van de opleiding. In deze module worden de grondbeginselen van het naaien aangeleerd. De cursist maakt kennis met basishandelingen en basistechnieken van stikken, knippen, naaien en strijken.

 

Bij het beëindigen van deze module kan de cursist deze technieken onder begeleiding uitvoeren op eenvoudige werkstukken.

Leren werken met een naaimachine, overlock.

Nieuwste technieken stap voor stap realiseren.

Eenvoudige werkstukken maken.

Patronen overtekenen uit een modeboek, op maat zetten en uitwerken.

 

Tekenen:

-          Tekengerief gebruiken

-          Patroonvormen overtekenen

-          Pasklare patronen overtekenen

-          Verschillende lijnsoorten herkennen

-          Verschillende symbolen herkennen

-          Een patroon aanpassen aan de hoofdmaten

-          Een knippatroon maken

-          In staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien

Meten:

-          Meetgerief gebruiken

-          Maten opmeten

-          Verschillende soorten weefselbreedtes onderscheiden

Knippen:

-          Draadrichting in weefsels bepalen

-          Knipgerief gebruiken

Stikken:

-          De onderdelen van een naaimachine benoemen

-          Een naaimachine gebruiksklaar maken

-          Naaigereedschap gebruiken

-          Storingen van de naaimachine signaleren

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken

-          Storingen aan de strijkapparatuur signaleren

-          In staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen

-          Eenvoudige werkdocumenten gebruiken

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren

-          Realisatietechnieken in de werkstukken uitvoeren

-          Eenvoudige fouten signaleren

-          Eenvoudige fouten verbeteren

 

Realisaties kinder- en tienerkleding

Toelating Basis Naaien.

Realisaties kinder- tienerkleding gevorderden

Toelating: realisaties kinder- en tienerkleding voltooid hebben.

Alle technieken van kinder- en tienerkleding stap voor stap realiseren.
Patronen overtekenen uit een modeboek, op maat zetten en uitwerken. 

In deze 2 modules worden de kennis en vaardigheden voor diverse modellen aangeleerd en bijgestuurd.

Realisatietechnieken worden ingeoefend door middel van vooroefeningen.

Tijdens het verwerven van de basiscompetenties is het van belang te streven naar kwalitatieve

vakkennis en zelfstandig werken.

 

Stileren:

-          Een model kiezen

-          Benodigdheden en weefsels benoemen

-          Rekening houdend met model, mode en persoon, weefsels kiezen

-          Benodigdheden en weefsels op prijs – kwaliteit beoordelen

-          Benodigdheden en weefsels qua verwerkbaarheid en onderhoud verantwoord gebruiken

Meten:

-          Maten opmeten

-          Een matentabel gebruiken

-          Naadlengtes en verzameltekens nameten

Tekenen:

-          Pasklare patronen tekenen

-          Patroondelen en lijnen herkennen

-          Verschillende symbolen herkennen

-          Experimenteel graderen

-          Een patroon aan opgenomen maten aanpassen

-          Modelwijzigingen toepassen

-          Nepen verwerken

-          Knippatronen tekenen

-          Pasfouten in de patronen verbeteren

Knippen:

-          Knipplan opbouwen

-          Steunpunten aanbrengen

Aanpassen:

-          Een werkstuk pasklaar maken

-          Passende kinder - en tienerkleding herkennen

-          Pasfouten op persoon verbeteren

Stikken:

-          Overlockmachine gebruiken

-          Storingen aan de overlockmachine signaleren

-          Stiktechnieken toepassen

-          Eenvoudige storingen aan de naaimachine herstellen

-          Machinehulpstukken gebruiken

Strijken:

-          Strijktechnieken toepassen

-          Storingen aan de strijkapparatuur signaleren

-          Persapparatuur gebruiken

Afwerken:

-          Pasfouten verbeteren

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse opmaken

-          Werkdocumenten gebruiken

-          Realisatietechnieken in de werkstukken toepassen

-          Handnaaitechnieken toepassen

-          Kwaliteitsbewustzijn: in staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereisten tegemoet te komen