Modist - Opleiding hoeden maken

Ben je graag op en top in de mode? Heb je een passie voor hoeden, petten, haarstukjes of “fascinators” en ben je handig en creatief? Of wens je je vaardigheden die je al hebt met kleding maken of textiel te verruimen? Chapeau! Dan is de opleiding Hoeden maken (Modist) helemaal iets voor jou!

In deze praktische opleiding leer je alle technische vaardigheden om hoofddeksels te ontwerpen én uit te voeren. Je realiseert van meetaf aan je eigen ideeën en modellen!

De opleiding Modist bestaat uit 3 modules: “initiatie hoeden”, “Realisatie hoeden” en “realisaties hoeden gevorderde”. De totale opleiding omvat 240 Lt.

Inhoudelijk is elke module een op zichzelf staand geheel van basiscompetenties. In elke module worden met divers materialen technieken en vaardigheden aangeleerd en ingeoefend.

Het leertraject omvat 3 modules. De module “initiatie hoeden” is de instapvoorwaarde voor de module “Realisatie hoeden”. Deze is op haar beurt instapvoorwaarde voor de module “Realisatie hoeden gevorderden”.

In de opleiding wordt de cursist alle technische aspecten van het hoedenvak bijgebracht. Met de nodige creativiteit en  zelfstandigheid kan de cursist allerlei materialen omvormen tot  een volwaardige hoed aangepast aan het individu.

De cursist kan:

  • Realisatietechnieken vakkundig toepassen.
  • Diverse werkstukken zelfstandig aanpassen op persoon en in patroon.
  • Een verantwoorde keuze maken van te gebruiken materialen en ze op een correcte manier verwerken.
  • Kwaliteitsvolle werkstukken zelfstandig vervaardigen.
  • Eigen werk en dat van anderen positief kritisch bekijken.
  • Via het verwerven van deze vaardigheden zich professioneel verder ontwikkelen .

Het is een praktijkgerichte opleiding met theoretische onderbouw.

 

1e Module “Initiatie Hoeden maken”

In de eerste module worden de grondbeginselen voor het maken van hoeden aangeleerd. Realisatietechnieken worden ingeoefend door middel van eenvoudige werkstukken. Onder begeleiding kan je de aangeleerde technieken uitvoeren en realiseren in zelf ontworpen hoofddeksels.

Materiaalkennis:

-       Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-       De functie van grondstoffen herkennen.

-       De functie van gereedschappen herkennen.

Tekenen:

-       Patroonvormen onderscheiden.

-       Pasklare patronen overtekenen.

-          Lijnsoorten herkennen.

-          Symbolen herkennen.

-          Patronen aan de maten van het hoofd aanpassen.

-          Ronde vormen evenwijdig tekenen.

-          Patronen naar model vergroten en verkleinen.

-          Lijnpatroon naar knippatroon omvormen.

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten nameten.

-          Soorten weefselbreedtes onderscheiden.

Knippen:

-          Weefsels voorbereiden.

-          Draadrichting bepalen.

-          Vleug bepalen.

Stikken:

-          Onderdelen van de naaimachine benoemen.

-          De naaimachine gebruiksklaar maken.

-          Naaigereedschap gebruiken.

-          Stikken.

-          Coiffe stikken

-          Handnaaien.

-          Storingen aan de naaimachine signaleren.

Stomen en strijken:

-          Stoom-en strijkapparatuur gebruiken.

-          Storingen aan de apparatuur signaleren.

-          Op verschillende vormen in functie van het model strijken.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

-          Vilt en stro uit één deel op moule stomen en mouleren.

-          Uit de hand mouleren.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Een eenvoudig werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren.

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

-          Creativiteit: in staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit te voeren.

-          Eenvoudige fouten signaleren.

-          Eenvoudige fouten bijsturen.

-          Accuratesse: in staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Kwaliteitsbewustzijn: in staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereiste tegemoet te komen.

Appreteren:

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

-          Met een balein materiaal van moule halen.

 

2e  Module “Realisaties Hoeden maken”

In de volgende module worden nieuwe vaardigheden voor het maken van diverse modellen aangeleerd en gekende bijgestuurd. Je vakkennis en kwaliteit in de realisatietechnieken wordt verder uitgediept en je kan geleidelijk aan zelfstandig je diverse hoeden uitvoeren.

Stileren:

-          In functie van de mode, de persoon, de gelegenheid en de bijhorende kleding een model kiezen.

-          Weefsels en benodigdheden in functie van het model de mode en de persoon kiezen.

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-          De functie van de verschillende materialen herkennen.

-          Verschillende materialen combineren.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Patronen aanpassen.

-          Een model intekenen.

-          Patronen naar knippatroon omvormen.

-          Patronen op moule tekenen.

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten nameten.

-          Verschillende soorten materiaalbreedtes onderscheiden.

Knippen:

-          Materiaal voorbereiden.

-          Richting bepalen.

-          Koppen en randen in stro en vilt afknippen.

-          Vleug bepalen.

Stikken:

-          Complexe vormen stikken.

-          Aangepast naaigereedschap gebruiken.

-          Laiton aan randen naaien.

-          Kop aan rand naaien.

-          Linten onzichtbaar aannaaien.

-          Voering en bevestigingsmaterialen aannaaien

-          Eenvoudige storingen aan de naaimachine herstellen.

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.

-          Eenvoudige storingen herstellen.

-          Op verschillende vormen in functie van het model strijken.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

-          Randen en koppen  in stro en vilt mouleren.

-          Randen doormouleren.

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: In staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Creativiteit: iIn staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit te voeren.

-          Een werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren .

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

-          Fouten signaleren.

-          Fouten bijsturen.

-          Zelfstandigheid: in staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht,  gedurende lange tijd aan een taak te werken.

-          Accuratesse: in staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Kwaliteitsbewustzijn: In staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereiste tegemoet te komen.

-          Basisvormen met ondergrond en stof bekleden.

 

3e  Module “Realisaties Hoeden maken gevorderden”

In de laatste module worden nieuwe technieken voor het maken van diverse modellen aangeleerd en vervolmaak je de gekende. Je vakkennis en kwaliteit in de realisatietechnieken wordt op punt gesteld en je kan nu zelfstandig je ontwerpen uitvoeren.

Stileren:

-          In functie van de mode, de persoon, de gelegenheid en de bijhorende kleding een model kiezen.

-          Weefsels en benodigdheden in functie van het model de mode en de persoon kiezen.

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-          De functie van de grondstoffen herkennen.

-          De functie van de gereedschappen herkennen.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Patronen aanpassen.

-          Een model intekenen.

-          Op verschillende materialen nauwkeurig tekenen.

-          Patronen naar knippatroon omvormen.

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten nameten.

-          Soorten materiaalbreedtes onderscheiden.

Knippen:

-          Materiaal voorbereiden.

-          Richting bepalen.

-          Vleug bepalen.

-          Tot op millimeter nauwkeurig knippen.

Stikken:

-          Complexe vormen stikken.

-          Aangepast naaigereedschap gebruiken.

-          Viltlagen onzichtbaar tegen elkaar naaien.

-          Stikken.

-          Storingen aan de naaimachine herstellen.

-          Boorden van sisalranden afwerken.

-          Bandstro, stikstro en/of chenille manueel of machinaal aan elkaar zetten.

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.

-          Storingen herstellen.

-          Op verschillende vormen in functie van het model strijken.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

-          In ondergrond en stoffen koppen en randen mouleren.

-          Resten vilt op juiste plaats mouleren.

-          Rekening houdend met de draadrichting koppen en randen in sinamay mouleren.

-          Bandstro, stikstro en/of chenille op moule en rand plaatsen.

Afwerking:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Een werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde / werkstroomanalyse uitvoeren .

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

-          Zelfstandigheid: in staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht,  gedurende lange tijd aan een taak te werken.

-          Fouten signaleren.

-          Fouten bijsturen.

-          Hoeden in gecombineerde materialen uitvoeren.

-          Accuratesse: in staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Creativiteit: iIn staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit te voeren.

-          Kritische ingesteldheid: in staat zijn zichzelf en zijn omgeving in vraag te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren alvorens een stelling in te nemen.

-          Kwaliteitsbewustzijn: in staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereiste tegemoet te komen

-          Sisal aan de meter verven.

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

-          Bestaande  viltvormen opvullen.

 

Waar?

Lovenjoel (Domein Klein Park), Stationsstraat 23 F.