Accessoires

 

Het leertraject omvat 8 modules. De modules “Initiatie handtassen, handschoenen en ceinturen”, “Initiatie

fantasiejuwelen”, “Initiatie sjaals, dassen en strikken” en “Initiatie bloemen” zijn instapvrij.

De modules “Initiatie….” zijn een instapvoorwaarde voor het volgen van de overeenstemmende modules

“Realisaties….”.

In de opleiding wordt de cursist alle technische aspecten van accessoires bijgebracht. Met de nodige creativiteit en  zelfstandigheid kan de cursist allerlei materialen omvormen tot  accessoires die aangepast zijn aan het individu.

De cursist kan:

  • Realisatietechnieken vakkundig toepassen.
  • Diverse werkstukken zelfstandig aanpassen op persoon en in patroon.
  • Een verantwoorde keuze maken van te gebruiken materialen en ze op een correcte manier verwerken.
  • Kwaliteitsvolle werkstukken zelfstandig vervaardigen.
  • Eigen werk en dat van anderen positief kritisch bekijken.
  • Via het verwerven van deze vaardigheden zich professioneel verder ontwikkelen .

Het is een praktijkgerichte opleiding met theoretische onderbouw.

 

Initiatie handtassen, handschoenen en ceinturen

In een eerste module worden de grondbeginselen van het maken van handtassen aangeleerd.
Je leert technieken aan de hand van kleine werkstukken; toilettasje, geldbeugel ….
Daarna kan je de aangeleerde oefeningen toepassen op een groter werkstuk; shopper, naaitas, eigen creatie.
Ook wanten en ceintuurs komen aan bod.
Voor deze module is basiskennis vereist.

 

Realisatie handtassen, handschoenen en ceinturen

In de module realisatie worden moeilijkere technieken uitgewerkt. In deze module wordt gewerkt met soepel leer. 
Je werkt een tas uit helemaal naar eigen smaak, aangepast met binnenzakjes voor ieders wens.
Hier komen handschoenen en ook ceintuurs in leer aan bod.
Deze module volgt op initiatie en is verplicht te volgen. Ben je handig en creatief en hou je ervan je garderobe en die van anderen op te waarderen met accessoires en details?

 

Initiatie fantasiejuwelen; Realisatie fantasiejuwelen; Initiatie sjaals, dassen en strikken; Realisatie sjaals, dassen en strikken; Initiatie bloemen en Realisatie bloemen

In deze praktische opleiding leer je technieken en vaardigheden om accessoires te ontwerpen én uit te voeren. Je realiseert eenvoudige hoeden en petten, bloemencorsages, sjaals, dassen, kragen en andere opvallende accessoires.

In deze module leer je bloemencorsages maken in verschillende materialen (zijde, vilt, leder, ..) die je als accessoire kan gebruiken in je haar, om je pols, op je kleding enz. Verder maken we sjaals, dassen en kragen in verschillende technieken (oa. zelf vilten, werken met soluvlies, ..) Ook de grondbeginselen voor het maken van hoeden en petten worden aangeleerd. Onder begeleiding kan je de aangeleerde technieken uitvoeren en realiseren in zelf ontworpen accessoires.

 

Initiatie fantasiejuwelen

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen  herkennen.

-          De functie van verschillende materialen herkennen.

-          Basiskennis hebben van kleurenleer.

-          Veiligheid- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en

-          Pro-actief instaan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Lijnsoorten herkennen.

-          Symbolen herkennen.

-          Patronen aanpassen.

-          Lijnpatronen naar knippatronen omvormen

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten nameten.

Knippen:

-          Weefsel voorbereiden

-          Richting bepalen.

-          Juiste materiaal om te knippen gebruiken.

-          Rekening houdend met af te werken model op juiste lengtes knippen.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Accuratesse: in staat  zijn  binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Een eenvoudig werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren

-          Eenvoudige fouten signaleren.

-          Eenvoudige fouten bijsturen.

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

 

Realisatie fantasiejuwelen

Stileren:

-          In functie van de mode, de persoon, de gelegenheid en de bijhorende  kleding een model kiezen.

-          In functie  van het model,  de mode en de persoon kralen, draden, weefsels en benodigdheden kiezen.

-          Creativiteit: in staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit te voeren.

Materialenkennis:

-          Natuurlijke  en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-          De functie van verschillende materialen herkennen.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Lijnsoorten herkennen.

-          Symbolen herkennen.

-          Patronen aan de opgenomen maten aanpassen.

-          Patronen naar model vergroten en verkleinen.

-          Lijnpatronen omvormen naar knippatronen

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Patroon nameten.

-          Schema lezen en aanpassen.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten nameten.

Knippen:

-          Weefsel voorbereiden

-          Draadrichting bepalen

-          Juiste materiaal om te knippen correct gebruiken.

-          Rekening houden met het af te werken model op de juiste lengte knippen.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Eenvoudig werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren.

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

-          Moeilijke fouten signaleren.

-          Moeilijke fouten bijsturen.

-          Zelfstandigheid: in staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.

 

Initiatie sjaals, dassen en strikken

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet- natuurlijke materialen herkennen.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Lijnsoorten  herkennen.

-          Symbolen herkennen.

-          Patronen aanpassen.

-          Ronde vormen evenwijdig tekenen.

-          Patronen naar knippatronen omvormen.

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten meten.

-          Verschillende soorten materiaalbreedtes onderscheiden.

Knippen:

-          Materiaal voorbereiden.

-          Richting  bepalen.

-          Vleug bepalen.

Stikken:

-          Onderdelen van de machine benoemen.

-          De naaimachine gebruiksklaar maken.

-          Aangepast naaigereedschap gebruiken.

-          Eenvoudige storingen aan de naaimachine signaleren

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.    

-          Storingen signaleren.

-          Op verschillende vormen in functie van het model strijken.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen

-          Een werkdocument gebruiken

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren

-          Accuratesse: in staat zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Eenvoudige fouten signaleren en bijsturen


Realisatie sjaals, dassen en strikken

Stileren:

-          In  functie van de mode, de persoon, de gelegenheid en de bijhorende kleding een model  kiezen

-          In functie van het model, de mode en de persoon weefsels en benodigdheden kiezen.

-          Creativiteit: in staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit te voeren.

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-          De functie van de verschillende materialen herkennen.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Patronen aanpassen.

-          Een model intekenen

-          Patronen naar knippatronen omvormen

Meten:

-          Maten opmeten.

-          Een patroon nameten.

-          Toebehoren in functie van de opgenomen maten meten.

-          Verschillende soorten materiaalbreedtes onderscheiden.

Knippen:

-          Materiaal  voorbereiden.

-          Richting bepalen.

-          Vleug bepalen.

Stikken:

-          Complexe vormen stikken

-          Naaigereedschap gebruiken.

-          Stikken.

-          Eenvoudige storingen aan de naaimachine herstellen.

-          Overlock bedienen.

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.

-          Eenvoudige storingen herstellen.

-          Op verschillende vormen in functies van het model strijken.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Zelfstandigheid: in staat zijn om  zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.

-          Een werkdocument gebruiken.

-          Een  werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren.

-          Realisatietechnieken in werkstukken uitvoeren.

-          Fouten signaleren.

-          Fouten bijsturen.


Initiatie bloemen

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen herkennen.

-          De functie van verschillende materialen herkennen.

-          Kwaliteitsbewustzijn: in staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereisten tegemoet te komen.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patronen overtekenen.

-          Verschillende symbolen herkennen.

-          Patronen vergroten en verkleinen.

-          Appreteertechnieken.

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

Knippen:

-          Materiaal voorbereiden.

-          Richting bepalen.

-          Vleug bepalen.

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.

-          Op verschillende vormen in functie van het model strijken.

-          Met verschillende vormen in functie van het model strijken en bollen.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat  vervormen.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Accuratesse: in staat zijn binnen de voorgeschreven tijd  een taak nauwkeurig te voltooien.

-          Zelfstandigheid: in staat zijn om zelfstandig, zonder hulp of toezicht, gedurende lange tijd aan een taak te werken.

-          Een werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren.

-          Realisatietechnieken in een werkstuk uitvoeren.

-          Eenvoudige fouten signaleren.

-          Eenvoudige fouten bijsturen.

 

Realisatie bloemen

Stileren:

-          In functie van de mode, de persoon, de gelegenheid en de bijhorende kleding een bloem kiezen.

-          Benodigdheden in functie van het model, de mode en de  persoon kiezen.

-          Creativiteit: in staat zijn om persoonlijke ideeën en oplossingen te bedenken en uit  te voeren.

Materialenkennis:

-          Natuurlijke en niet-natuurlijke materialen kiezen.

-          De functie van de verschillende materialen herkennen.

-          Materialen verven.

-          Veiligheids- en milieubewustzijn: in staat zijn om actief en pro-actief in te staan voor de veiligheid en om situaties te voorkomen die mens en milieu kunnen schaden.

-          Appreteren.

Tekenen:

-          Patroonvormen onderscheiden.

-          Patroonvormen overtekenen.

-          Een patroon opstellen aan de hand van een natuurlijke bloem.

Knippen:

-          Materiaal voorbereiden.

-          Richting bepalen.

-          Vleug bepalen.

Strijken:

-          Strijkapparatuur gebruiken.

-          Op verschillende vormen in functies van het  model strijken.

-          Met verschillende vormen in functie van het model strijken en bollen.

-          Stoffen en materialen tot het juiste resultaat vervormen.

Afwerken:

-          Benodigdheden voor het werkstuk kiezen.

-          Een werkdocument gebruiken.

-          Een werkvolgorde/ werkstroomanalyse uitvoeren.   

-          Kwaliteitsbewustzijn: in staat zijn om in te schatten aan welke vereisten een product of dienst moet voldoen en in staat zijn om aan die vereisten tegemoet te komen.

-          Werkstukken uitvoeren

-          Fouten signaleren en bijsturen

Waar?

Lovenjoel (Domein Klein Park), Stationsstraat 23 F.

Materiaal mee te brengen door de cursist: De eerste les volstaat schrijfgerei en papier. We bespreken dan alle mee te brengen materiaal. Grondstoffen zijn niet inbegrepen in het inschrijvingsgeld en worden geschat op ± 50 à 75 euro voor deze module. De prijs kan variëren naargelang de gekozen materialen.