Begeleide intervisie 3-5

Hier leren de cursisten in groep kritisch reflecteren op hun eigen handelen, dit bij te sturen om hun eigen professioneel handelen voortdurend te optimaliseren. Om tot integratie te komen tussen persoon, praktijk en theorie is reflectie een noodzakelijke tussenstap. In deze module leren cursisten verschillende reflectievaardigheden en -modellen toepassen

Samenwerking

In deze module leren de cursisten constructief samenwerken in een interdisciplinair team. Zij leren actief deel te nemen aan verschillende overlegmomenten op een constructieve manier. Er wordt ingegaan op het voorkomen en helpen oplossen van conflicten. Ook inzicht in en het nastreven van kwaliteitszorg komen aan bod. Ze leren samenwerken met het sociale netwerk van de zorgvrager en de sociale kaart hanteren. Verder leren ze eenvoudige administratieve taken uitvoeren en functioneel omgaan met ICT in functie van het zorgplan.

Zorg voor leef- en woonklimaat

De cursist leert binnen deze module de zorgvrager benaderen vanuit een animatieve grondhouding. Er wordt stilgestaan bij het creëren van een huiselijke en gemoedelijke sfeer bij de zorgvrager thuis en/of in de voorziening waarin hij is opgenomen. Er wordt nagedacht over en geëxperimenteerd met mogelijkheden om een dergelijke sfeer te realiseren. Men gaat ook in op de rol als verzorgende bij het ondersteunen van het animatiegebeuren en hoe hierbij kan worden samengewerkt met de verantwoordelijke voor de animatie in een voorziening.

Aangepaste voeding

In deze module leren cursisten, rekening houdend met de basisregels voor gezonde voeding, dieetvoeding, eenvoudige en evenwichtige maaltijden bereiden. Dit zowel voor de volwassene als voor het opgroeiende kind.

Totaalzorg

De volgende aspecten komen in deze module aan bod; integreren van het werken met het zorgplan, vanuit totaalzorg. Zorgplan en integratieoefeningen, met uitbreiding van specifieke zorgsituaties: infecties, besmettingen, beperkingen…

Specifieke zorg 2

De cursisten leren de verschillende stelsels van het menselijk lichaam kennen, zoals neurologisch, endocrien, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel… Ze kijken naar de werking en leren de aandoeningen herkennen. De cursisten leren verantwoorde handelingen stellen bij symptomen die wijzen op een verstoorde werking waarbij de gezondheid in het gedrang komt met oog voor de specifieke zorgkundige taken.

Specifieke zorg 1

De cursisten leren verschillende stelsels van het menselijk lichaam kennen, zoals huid, uitscheiding, spijsvertering, bewegingsstelsel… Ze kijken naar de werking en leren de aandoeningen herkennen. De cursisten leren verantwoorde handelingen stellen bij symptomen die wijzen op een verstoorde werking waarbij de gezondheid in het gedrang komt met oog voor de specifieke zorgkundige taken.

Basiszorg

Men leert de basisvaardigheden in verband met de dagelijkse zorg: toiletzorg, eten geven, verplaatsingstechnieken. De algemeen geldende regels, de basisprincipes worden geïntegreerd tijdens oefenmomenten.