Activiteitenbegeleiding

De cliënt kan ondersteuning/begeleiding nodig hebben bij het leren, het werken en het invullen van zijn vrije tijd en bij het hanteren van sociale vaardigheden.
Je leert een activiteitenaanbod plannen en uitvoeren, rekening houdend met de noden van de cliënt, de groep en de omstandigheden.
Je leert een aantal vaardigheden en methodieken die gericht zijn op de begeleiding van deze activiteiten.

Werken met groepen

Als opvoeder/begeleider werk je meestal met een groep kinderen, jongeren, volwassenen …
Je leert welke krachten er in een groep leven en hoe je deze bewust kan hanteren. Je leert hoe je rekening kan houden met deze krachten tijdens dagdagelijkse momenten, maar ook tijdens groepsoverleg, conflictmomenten,…
Zo kan je doordacht richting geven aan een groep. Dit is belangrijk omdat het goed functioneren van de groep een bijdrage kan leveren aan het individueel welbevinden van iedere persoon.

Psycho-sociale vraagstellingen

In deze module richten we ons naar personen met psychosociale problemen. We staan stil bij problematische opvoedingssituaties, verwaarlozing, kansarmoede,… Wat zijn kenmerken, mogelijkheden en beperkingen van deze cliënten? Hoe kunnen we hun hulpvraag verstaan? Hoe kunnen we onze begeleiding hierop afstemmen?

Ortho-agogische vraagstellingen

Ook hier staan specifieke begeleidingssituaties centraal. We richten ons naar de volgende doelgroepen: mensen met ontwikkelingsstoornissen, psychiatrische problematiek en psychogeriatrische problematiek. Telkens worden de kenmerken, problemen en mogelijkheden van de doelgroep ontleed. We staan stil bij de aandachtspunten in de begeleiding, de verschillende begeleidingsstijlen en – methodieken.

Orthopedagogische vraagstellingen

Als opvoeder/begeleider zal je te maken krijgen met specifieke doelgroepen.
In deze module richten we ons naar: personen met een verstandelijke of zintuiglijke beperking, met een lichamelijke beperking en met een niet aangeboren hersenletsel. Naast het aanreiken van inzichten (problematiek, mogelijkheden, beperkingen,…) wordt ook veel aandacht besteed aan vaardigheden en houdingen om je pedagogisch handelen beter af te stemmen op de specifieke behoeften en vraagstelling van de doelgroep.

Levenslooppsychologie

Vanuit het perspectief van een levensloop bestudeer je de verschillende fasen in een mensenleven van voor de geboorte tot de hoge ouderdom. Vier grote gedragsaspecten komen daarbij aan bod: de lichamelijke, de verstandelijke, de emotionele en de sociale ontwikkeling. Telkens wordt de vraag gesteld welke ontwikkelingstaken een individu moet vervullen in de betreffende fase en worden eventuele risico-ontwikkelingen aangegeven. De betekenis van deze gegevens voor de communicatie en de opvoeding lopen als een rode draad doorheen het geheel.

Omgaan met moeilijk gedrag

In de hulpverlening word je wel eens geconfronteerd met moeilijk gedrag van cliënten.
Je zal ontdekken dat gedrag eigenlijk heel complex is en steeds moet gezien worden in functie van de persoon en de situatie. Wat noem jij moeilijk gedrag en zien anderen dit ook zo? Welke betekenis heeft dit gedrag en welke theoretische verklaringen bestaan hiervoor? Hoe handel je in crisissituaties? Je leert onderscheid te maken tussen verschillende ‘probleem’gedragingen. Je ontwikkelt hiervoor begrip. Dit helpt om hier doordacht mee om te gaan.

Sociaal-emotioneel begeleiden

Als je mensen goed begeleidt, heb je oog voor hun sociaal en emotioneel welzijn en zoek je hoe je zelf kan bijdragen hieraan. Aan de basis ligt het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Hoe kan je ondersteuning bieden aan de cliënt bij het benoemen, uiten en verwerken van gevoelens? Hoe kan je hem ondersteunen bij het opbouwen van een positief zelfbeeld? Hoe begeleid je rond relatievorming? Hoe kan seksualiteit aan bod komen? Hoe sociaal vaardig is de cliënt? Heeft hij ondersteuning nodig bij het stellen van weerbaar gedrag?

Omgaan met diversiteit

Hulpverlenen kan niet los gezien worden van de samenleving waarin dit plaatsvindt. Ieder heeft voortdurend te maken met verschillende culturen, visies, achtergronden. Je eigen visie op mens en samenleving bepaalt je manier van omgaan met mensen. Deze eigen visie herkennen en bespreekbaar maken is een eerste vereiste. We bekijken diversiteit op verschillende vlakken (verschillende levensbeschouwingen, kwetsbare groepen, ongelijkheid, kansarmoede,…) en zoeken naar open, respectvolle en genuanceerde omgangsvormen.

Emancipatorisch handelen

In dit vak staat het ontwikkelen van basishoudingen en basisvaardigheden centraal die gebaseerd zijn op het emancipatorisch gedachtegoed. Maximale zelfbepaling is het uitgangspunt. We beogen hierbij dat de cliënt zoveel mogelijk zijn eigen leven vorm kan geven, dat er plaats is voor zijn keuzes, wensen en eigen initiatieven.