Inhoud van de modules

A.Theoretische modules:

Module Communicatief gedrag 

In deze module verwerven de cursisten inzicht in (eigen) communicatie en de verschillende stijlen en technieken. De focus ligt vooral op het aanleren, trainen en oefenen van basisvaardigheden met betrekking tot communicatie.

Module Basis Logistieke vaardigheden in de zorgsector

In deze module krijgen de cursisten basisinzichten en -vaardigheden mee. Cursisten krijgen een methodiek aangereikt om het eigen functioneren te optimaliseren. Er wordt gekeken naar de vereiste basisattitudes en ze krijgen zicht op eigen takenpakket. Ook de basisregels van hygiëne komen aan bod en worden toegepast op het reinigen en ontsmetten van materialen. Zij krijgen zicht op het belang van observeren en rapporteren en oefenen dit in.

Module Logistieke vaardigheden in de zorgsector

Belangrijke logistieke vaardigheden ter ondersteuning van de zorg worden hier getraind en toegepast: verplaatsen en transport, bed opmaken. Daarnaast komt het maaltijdgebeuren aan bod: maaltijdbediening en hulp bij de maaltijd bij personen zonder slikproblemen. Zij leren tevens dieetregels volgen. Bij dit alles wordt het methodisch handelen als uitgangspunt gehanteerd.

Module EHBO

Het accuraat optreden als zorgverlener in noodsituaties wordt stap voor stap bekeken en ingeoefend. 

De cursist leert noodsituaties herkennen en aangepast op te reageren.

Module Hef- en tiltechnieken

Bij een job in de zorgsector komt heel wat hef- en tilwerk kijken.  De cursisten krijgen tips en adviezen voor het toepassen van werkhoudingen ter voorkoming van rugschade.

Module Onderhoud in de zorgsector

In deze module leren cursisten de vaardigheden die betrekking hebben op het onderhoud en op het op orde houden van de leef- en werkomgeving, het materieel en de materialen: basis van reinigen, stockbeheer, linnenbeheer, kleine herstellingen aan textiel, afvalverwerking, administratieve taken en organisatie van het werk.

Module Werken in de zorgsector

De cursisten krijgen zicht op de organisatie van de gezondheidszorg. Ze krijgen inzicht in hun beroep en in de verzorgingssector, in de rechten en plichten als werknemer, de beroepscode, beroepsgeheim en ethisch werken. Ze krijgen inzicht in het werken in een interdisciplinair team en zij leren wat kwaliteitszorg concreet betekent binnen de eigen functie.

Module Cliëntgerichte benadering

In deze module staat de cursist stil bij de eigen leef- en belevingswereld van elke zorgvrager. Er wordt ingegaan op:

  • de moeilijkheden waarmee zorgvragers vaak te kampen hebben en de manier waarop elk van hen hiermee omgaat;
  • de impact van hun eigen levensgeschiedenis, hun leefomgeving en sociaal netwerk, een eigen levensstijl, een eigen kader aan waarden en normen die elk van hen heeft ontwikkeld;
  • de eigen noden en behoeften van iedere zorgvrager.

De cursist leert dat binnen de zorg een cliëntgerichte benadering het uitgangspunt is. Zich informeren en observeren omtrent de eigen leef- en belevingswereld van iedere cliënt is zeer belangrijk.  Hierop kan men dan zijn handelen afstemmen. 

Module Context van de zorgvrager

In deze module wordt er stilgestaan bij de impact van de zorgsituatie op het sociaal netwerk (partner, kinderen) en hoe dit netwerk hiermee omgaat. Het belang van (mogelijke) mantelzorg voor alle partijen wordt onderstreept.

De cursist leert tevens hoe zowel aan de zorgvrager als aan zijn sociaal netwerk een passende ondersteuning kan worden geboden, praktisch maar ook psychologisch. Er wordt aandacht besteed aan de manier waarop je tot overleg en samenwerking met het sociaal netwerk kan komen. Er wordt ook ingegaan op het belang van overleg en samenwerking met andere mogelijke professionele zorgverleners en vrijwilligers.

Er wordt tenslotte stilgestaan bij de eigen taak en het respecteren van eigen grenzen. Gezien de zorgvragers beroep doen op de thuiszorg, de thuisverpleging of zijn opgenomen in verzorgingsinstellingen en ziekenhuizen, staan we met de cursisten in deze module ook stil bij deze verschillende zorgsituaties en wat dit voor hen bij hun opstelling als verzorgende betekent.

Module Omgaan met dementie

De cursist leert de belevingswereld kennen van zorgvragers met dementie. Gedragsproblemen bij zorgvragers worden ook doorgelicht vanuit deze invalshoek. Er worden handvatten geboden voor een ethisch en belevingsgericht omgaan met ‘moeilijke’ zorgvragers. 

Module Omgaan met psychische zorgvragen

De cursist leert de belevingswereld kennen van zorgvragers met depressie, andere psychische of (neuro)psychiatrische aandoeningen, verstandelijke beperkingen… Gedragsproblemen bij zorgvragers worden ook doorgelicht vanuit deze invalshoek. Er worden handvatten geboden voor een ethisch en belevingsgericht omgaan met ‘moeilijke’ zorgvragers.

Module Basiszorg

Men leert de basisvaardigheden in verband met de dagelijkse zorg: toiletzorg, eten geven, verplaatsingstechnieken. De algemeen geldende regels, de basisprincipes worden geïntegreerd tijdens oefenmomenten.

Module Specifieke zorg 1

De cursisten leren verschillende stelsels van het menselijk lichaam kennen, zoals huid, uitscheiding, spijsvertering, bewegingsstelsel… Ze kijken naar de werking en leren de aandoeningen herkennen. De cursisten leren verantwoorde handelingen stellen bij symptomen die wijzen op een verstoorde werking waarbij de gezondheid in het gedrang komt met oog voor de specifieke zorgkundige taken.

Module Specifieke zorg 2

De cursisten leren de verschillende stelsels van het menselijk lichaam kennen, zoals neurologisch, endocrien, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel… Ze kijken naar de werking en leren de aandoeningen herkennen. De cursisten leren verantwoorde handelingen stellen bij symptomen die wijzen op een verstoorde werking waarbij de gezondheid in het gedrang komt met oog voor de specifieke zorgkundige taken.

Module Totaalzorg

De volgende aspecten komen in deze module aan bod; integreren van het werken met het zorgplan, vanuit totaalzorg. Zorgplan en integratieoefeningen, met uitbreiding van specifieke zorgsituaties: infecties, besmettingen, beperkingen…

Module Omgaan met complexe zorgsituaties

De volgende aspecten komen in deze module aan bod; gepast handelen, zich flexibel aanpassen in specifieke situaties zoals palliatieve zorgsituaties, gedragsproblemen, zorgvragers met pijn en immobiele zorgvragers. De cursisten leren ethisch reflecteren en deontologisch handelen.

Module Aangepaste voeding

In deze module leren cursisten, rekening houdend met de basisregels voor gezonde voeding, dieetvoeding, eenvoudige en evenwichtige maaltijden bereiden. Dit zowel voor de volwassene als voor het opgroeiende kind.

Module Organisatie van de huishoudelijke taken

In deze module leren cursisten, rekening houdend met de wensen en noden van de zorgvrager, de verschillende huishoudelijke taken efficiënt uit te voeren.

Module Zorg voor leef- en woonklimaat

De cursist leert binnen deze module de zorgvrager benaderen vanuit een animatieve grondhouding. Er wordt stilgestaan bij het creëren van een huiselijke en gemoedelijke sfeer bij de zorgvrager thuis en/of in de voorziening waarin hij is opgenomen. Er wordt nagedacht over en geëxperimenteerd met mogelijkheden om een dergelijke sfeer te realiseren. Men gaat ook in op de rol als verzorgende bij het ondersteunen van het animatiegebeuren en hoe hierbij kan worden samengewerkt met de verantwoordelijke voor de animatie in een voorziening. Er wordt ook nagedacht over ondersteuning van mogelijke acties en activiteiten. Het belang van een zorgvuldige afstemming op de eigen behoeften van de zorgvragers is hierbij het uitgangspunt. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een doordacht en methodische handelen. 

Module Samenwerking

In deze module leren de cursisten constructief samenwerken in een interdisciplinair team. Zij leren actief deel te nemen aan verschillende overlegmomenten op een constructieve manier. Er wordt ingegaan op het voorkomen en helpen oplossen van conflicten. Ook inzicht in en het nastreven van kwaliteitszorg komen aan bod. Ze leren samenwerken met het sociale netwerk van de zorgvrager en de sociale kaart hanteren. Verder leren ze eenvoudige administratieve taken uitvoeren en functioneel omgaan met ICT in functie van het zorgplan.

Module Begeleide intervisie 1 tot 5

Hier leren de cursisten in groep kritisch reflecteren op hun eigen handelen, dit bij te sturen om hun eigen professioneel handelen voortdurend te optimaliseren. Om tot integratie te komen tussen persoon, praktijk en theorie is reflectie een noodzakelijke tussenstap. In deze module leren cursisten verschillende reflectievaardigheden en -modellen toepassen

B.Praktijkmodules

Module Individuele praktijkbegeleiding 1 – 2

De logistieke taken in een verzorgingsinstelling: In deze module staan de methodische werkbegeleiding en de supervisie met betrekking tot het individueel leer- en groeiproces van de cursist centraal. Bovenstaande doelstelling impliceert een individuele begeleiding en een gedifferentieerd leertraject.

Module Individuele praktijkbegeleiding logistiek 1-2

De logistieke taken in een ziekenhuis: In deze module staan de methodische werkbegeleiding en de supervisie met betrekking tot het individueel leer- en groeiproces van de cursist centraal. Deze doelstelling impliceert een individuele begeleiding en een gedifferentieerd leertraject.

Module Individuele praktijkbegeleiding 3 - 8

Verzorgende taken in een zorgsetting: In deze module staan de methodische werkbegeleiding en de supervisie met betrekking tot het individueel leer- en groeiproces van de cursist centraal. Bovenstaande doelstelling impliceert een individuele begeleiding en een gedifferentieerd leertraject.

Module Individuele praktijkbegeleiding zorgkundige

Zorgkundige taken in een zorgsetting: In deze module staan de methodische werkbegeleiding en de supervisie met betrekking tot het individueel leer- en groeiproces van de cursist centraal. Bovenstaande doelstelling impliceert een individuele begeleiding en een gedifferentieerd leertraject.

Deze praktijkmodules zijn de stages die je uitvoert op de dagen dat je geen les hebt.

Naargelang de fase van de opleiding, doe je stage in een bejaardentehuis, een ziekenhuis of in de dienst thuiszorg. Dit gebeurt stap voor stap. In een eerste fase leer je de logistieke taken op je werk en in een ziekenhuis. In een tweede fase komen de meer zorgkundige taken aan bod: eerst de eenvoudige zorgtaken, pas later in het derde semester de meer complexe zorgtaken. Tijdens het tweede semester doe je ook stage in de thuiszorg.

In overleg met de stagecoördinator wordt je stageplaats bepaald. Voor mensen die betaald aan het werk zijn, wordt bekeken in hoeverre hun werksituatie als stageplaats kan gelden. Eventueel doen zij een aanvullende stage.

De praktijkleerkrachten zijn mensen met ervaring. Via opdrachten, besprekingen en bezoeken aan je werkplaats leiden zij je op tot een professionele verzorgende-zorgkundige.