Geschiedenis

De geschiedenis van onze school start in 1889. Toen startte de gilde van Ambachten en Neringen, onder de bezielende leiding van minister en professor Joris Helleputte, met een avondschool in het Sint-Franciscushof, een oud kloosterpand in de minderbroederstraat. Joris Helleputte was niet alleen de oprichter van onze school, maar o.a. ook medestichter van de boerenbond (1890) en de Belgische Volksbond (1891). In de avondschool werden beroepsopleidingen gegeven voor kleermakers, schoenmakers, houtbewerkers, smeden, glazenwassers, schilders, behangers, metselaars, stukadoors, schaliedekkers, drogisten en letterzetters. Er waren ook lessen in tekenen en boekhouding.

Spoedig werd gedroomd van een dagschool. Op 5 oktober 1908 werd die droom werkelijkheid. Joris Helleputte, professor kanunnik E.H. Raymond Lemaire en leraar-kunstsmid Franz De Backer stichtten een dagschool voor hout- en metaalbewerkers: de Sint-Pietersambachtsschool. De SPAS, zoals de school al vlug in de volksmond genoemd werd, startte met tien leerlingen schrijnwerkerij en negentien leerlingen paswerk. Drie jaar later werden de eerste diploma’s uitgereikt. In 1909, een jaar na de start van de dagschool, werd de avondschool stopgezet.

Door het succes van de SPAS werden de lokalen in de minderbroederstraat al vlug te klein en moesten leerlingen geweigerd worden. In mei 1920 werd daarom begonnen met de bouw van een nieuwe school in de Dekenstraat. Op 1 december 1921, feestdag van Sint-Elooi, betrok de school de nieuwe gebouwen.

De school bleef groeien. Voortdurend werden nieuwe afdelingen opgericht. In 1937 werd opnieuw een avondschool opgericht. In 1950 werd de kleine SPAS opgericht, die zorgde voor het onderwijs van 13- en 14-jarigen (nu: de eerste graad van het secundair onderwijs) ter vervanging van de afbouw van de 7e en 8e leerjaren in het basisonderwijs. In 1960 werd de Hogere School voor Technisch Ingenieur opgericht. In 1970 veranderde de naam van de school in Groep T. In 1971 werd een fusie met het De Wandeleerinstituut doorgevoerd. In 1972 startte de school met de succesvolle afdelingen hotel en auto. Door de groei van het aantal leerlingen werd de school meermaals uitgebreid. Eind jaren ´50 werd een volledig nieuwe vleugel gebouwd, de huidige E-blok. Begin jaren ´70 werden twee bijkomende verdiepingen op het hoofdgebouw gezet. In 1988 werd de huidige vleugel langsheen de Brabançonnestraat gebouwd. Tot in de jaren ´70 bleef het aantal leerlingen gestaag stijgen. In het schooljaar 1974 - 1975 bereikte de school het recordaantal van 1919 leerlingen. In 1975 gingen de secundaire school en de hogeschool elk hun eigen weg. De industriële hogeschool Groep T verhuisde in eerste instantie naar Blauwput. Later nam ze haar intrek in een nieuwbouw op de huidige locatie, op de hoek van de Vesaliusstraat en de Dekenstraat. Om zich te onderscheiden van de industriële hogeschool veranderde de secundaire school in 1982 van naam: de Vrije Secundaire Scholen Leuven . De eerste graad werd een autonome middenschool: de Vrije Middenschool Leuven. De bovenbouw kreeg als naam: Vrije Technische School Leuven. In 1987 nam de school de secundaire avondleergangen van Groep T opnieuw over. In 1995 volgde de overname van het hoger onderwijs korte type van het Kardinaal Mercierinstituut te Schaarbeek. Door de fusie met de Vormingsleergangen voor Sociaal-Pedagogisch Werk kreeg het centrum voor volwassenenonderwijs in 2001 twee bijkomende vestigingsplaatsen in Lovenjoel en Erps-Kwerps. In 1992 kreeg de school haar huidige naam: het Vrij Technisch Instituut Leuven. Het V.T.I. profileert zich enerzijds als "school voor technologie" en anderzijds als "hotelschool". Momenteel volgen iets meer dan 600 leerlingen voltijds onderwijs. In het Centrum voor Volwassenenonderwijs volgen ruim 1500 cursisten les in de afdelingen hotelbedrijf, technologie, ICT, mode, jeugd- en gehandicaptenzorg en in de specifieke lerarenopleiding. Op 4 oktober vierde het V.T.I. met veel luister zijn honderdjarig bestaan. Tussen de vele aanwezigen bevonden zich o.a. mevrouw Mieke Van Hecke, directeur-generaal van het VSKO, en de heer Frank Vandenbroucke, minister van onderwijs.